Criteria

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Criteria moeten elkaar zo veel mogelijk aanvullen Wanneer tussen de criteria een tegenstrijdigheid aanwezig is, ontstaat een situatie dat uit de verschillende alternatieven geen uiteindelijke keuze gemaakt kan worden. Dit kan ertoe leiden dat via een compromis een oplossing gevonden wordt. Een andere manier is om aan bepaalde criteria een hogere prioriteit toe te kennen. • Criteria moeten het alternatief in al zijn facetten evalueren Bij het hanteren van een enkel of een beperkt aantal criteria is het gevaar aanwezig dat bepaalde effecten of gevolgen niet door de criteria omvat worden en buiten beschouwing blijven. Bij het uitvoeren van het alternatief kan men dan vreemd staan te kijken. Bij de evaluatie van alternatieven gaat het er echter om kantoor huren eindhoven rekening te houden met zoveel mogelijk facetten die een alternatief laten slagen of mislukken.
Bij het bestuderen van de alternatieven dient voorop te staan dat het alternatief dat het probleem het beste oplost, gekozen dient te worden. Hiervoor moeten wel de gevolgen van elk alternatief bekend zijn. Daarvoor is het noodzakelijk de te verwachten veranderingen die optreden bij het uitvoeren van een bepaald alternatief zo goed mogelijk in kaart te brengen. Elk opgesteld alternatief heeft zo zijn eigen positieve en negatieve gevolgen. Het in kaart brengen van deze positieve en negatieve ge- positieve en negatieve gevolgen volgen is van groot belang bij de uiteindelijke keuze tussen de alternatieven.
Deel b 1 Mensen en organisatie De Top-10 beslisfouten 1 1 Nalaten je eigen beslissingsprocedures kritisch te laten onderzoeken. 2 Geen gegevens bijhouden over de resultaten van je beslissingen in het verleden. 3 Resultaten achteraf zo uitleggen dat je je eigen positie of die van je manager beschermt. 4 Aannemen dat een groep van zeer intellectuele mensen samen automatisch goede beslissingen neemt. s Denken dat je alle informatie in je hoofd wel op een rijtje hebt en vervolgens impulsief gaan beslissen. 6 Misplaatst vertrouwen in vuistregels door je te baseren op informatie die gemakkelijk beschikbaar is en kantoor huren haarlem op feiten die je goed uitkomen. 7 Nalaten om feiten te verzamelen omdat je denkt dat je het al weet. 8 Een eenzijdige probleemstelling (veel mensen houden maar van één probleem en één oplossing). 9 Het verkeerde probleem oplossen. 1 O Informatie verzamelen en conclusies trekken, zonder de tijd te nemen om na te denken over de crux van de kwestie of de manier waarop de beslissing tot stand zou moeten komen.

Stresspreventie

Gerelateerde afbeelding

een psychisch zwaar belastende werksituatie die moeilijk te veranderen is (bijvoorbeeld het moeten samenwerken met een collega met wie men grote problemen heeft); d werkproblemen die een uitstraling hebben naar andere gebieden van het functioneren, zoals naar de thuissituatie (bijvoorbeeld werkonzekerheid en toekomstonzekerheid).
Toch is niet alle stress desastreus. Volgens Selye, een Canadese endocrinoloog die zijn leven aan het bestuderen van stress heeft gewijd, betekent volledige vrijheid van stress de dood. Er kan dan ook een onder
scheid worden gemaakt tussen positieve en negatieve stress, waarbij positieve stress de manager zelfs versterkt en vitaliseert. Positieve stress wordt in de flexplek huren eindhoven literatuur ook wel ‘positieve spanning’ genoemd.
Uit onderzoek blijkt dat werkstress voornamelijk de volgende oorzaken kent: • tijdsdruk • te lange werkdagen • te veel werk • relatie met personen • niveau medewerkers
Hoge koorts acute situatie kans op allerlei lichamelijke klachten, overspanning, burn out.
Koorts onderzoek en behandeling noodzakelijk kans op vage klachten, slaapstoornissen, snel geïrriteerd zijn, moeheid.
Toelichting stressmeter teveel in taken op het werk; te moeilijk, te saai, te onduidelijk, te belastend te emotioneel, te vervelende collega’s/chef, te chaotisch, enz.
teveel in tijd; te veel, te weinig, te langzaam, te snel, te laat, te plotseling, te vroeg, enz.
van thuis; te problematische relatie, te grote geldzorgen, te moeilijke kinderen, enz. Gelet op het veelvoorkomende verschijnsel van stress onder managers en de kans op ernstige gevolgen hiervan, is het van belang stil te staan bij mogelijkheden om werkstress te reduceren of zelfs te voorkómen. Stress hangt immers voor zo’n 7 5 procent samen met de beroepsuitoefening. Ten behoeve van stresspreventie of -reductie kunnen we drie verschil- stresspreventie lende benaderingen onderscheiden namelijk organisatiegerichte wijze van aanpak, individueel-probleemoplossende wijze van aanpak, en stresshantering en stressmanagement.
Organisatiegerichte wijze van aanpak organisatiegerichte aanpak Deze benadering is gericht op het aanbrengen van verandering in het werk of te zorgen voor verbeteringen in de afstemming tussen werk en medewerker. Enkele voorbeelden hiervan zijn: • verandering van flexplek huren haarlem de organisatiestructuur; • verandering van de beloningstructuur; • verduidelijking van de verwachtingen die de organisatie heeft van de werknemer; • verbetering van de individuele mogelijkheden en de eisen die het werk stelt; • training van management in mensgericht leiding geven; • verbetering van communicatie; • personeelsvoorzieningen (kinderopvang, maatschappelijk werker).
In het algemeen liggen de organisatiegerichte benaderingen op het terrein van sociaal beleid.

Historische voorbeelden van grote leiders

Gerelateerde afbeelding

Andere bekende historische voorbeelden van grote leiders zijn: Napoleon, Winston Churchill en Eisenhower.
Indien de medewerkers de leidinggevende manager waarderen en accepteren wordt het werk van de leidinggevende ook prettiger. Echte loyaliteit komt niet uit de lucht vallen. Indien de manager zijn dagelijkse werkzaamheden op de op deze pagina genoemde tien regels baseert, zal dit een goede grondslag vormen voor een succesvolle samenwerking. 6.3.3 Leiderschapsstijlen De wijze waarop en de houding waarmee er leiding wordt gegeven komt tot uitdrukking in een leiderschapsstijl. Een leiderschapsstijl laat zich typeren aan de hand van een aantal kenmerken. In de organisatietheorie hebben verschillende auteurs zich gebogen over het onderwerp leiderschapsstijl. Elke theorie bekijkt leiding op een kantoor huren eindhoven andere manier. Bovendien bestudeert elke theorie met betrekking tot leiderschapsstijl bepaalde facetten aan leiding geven, waardoor geen integrale theorie bestaat met betrekking tot leiding geven. Bij de Scientific Management-theorie bijvoorbeeld ligt de nadruk op taakgericht leiderschap terwijl bij de Human Relations-beweging meer de nadruk ligt op een mensgerichte leiderschapsstijl.
De volgende theorieën met betrekking tot leiderschapsstijlen worden besproken: Leiderschapsindeling op basis van inspraak en beslissingsbevoegdheid van de kantoor huren den haag  medewerker 2 Theorie x en Theorie Y 3 Het leiderschapsdiagram 4 Het driedimensionele leiderschapsmodel s Situationeel leiderschap 6 Situatieafhankelijk leiderschap 7 Transformationeel leiderschap 8 Zelfleiderschap 1 Leiderschapsindeling op basis van inspraak en beslissingsbevoegheid kantoor huren haarlem van de medewerker Hierbij kunnen drie basisstijlen worden onderscheiden waarbij voornamelijk gekeken wordt naar de mogelijkheid van inspraak van de medewerker en de mate van (mede) beslissingsbevoegdheid. Deze leiderschapsstijlen kantoor huren tilburg zijn: a autoritair leiderschap b democratisch leiderschap c participerend leiderschap

Opleidingsbehoefte of -noodzaak

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Het mogen volgen van een opleiding wordt vaak afhankelijk gesteld van de opleidingsbehoefte of -noodzaak tot het verwerven van kennis en vaardigheden. Onder het begrip opleidingsbehoefte vallen in het alge- opleidingsbehoefte meen die opleidingen die niet direct verband houden met de uitoefening van de huidige functie van de werknemer, maar een aanvulling vormen op zijn ontwikkeling en anticiperen op een mogelijke toekomstige functie. Dit in tegenstelling tot een opleidingsnoodzaak, waarbij het di- opleidingsnoodzaak recte functioneren aanleiding geeft tot het volgen van een opleiding. Een goed voorbeeld hiervan is het volgen van een cursus tekstverwerken voor een secretaresse. Het is mogelijk dat het volgen van een bepaalde opleiding voor de ene functie als opleidingsbehoefte, en bijvoorbeeld een andere functie als opleidingsnoodzaak wordt gezien. De cursus tekstverwerken zou voor een administrateur als opleidingsbehoefte kunnen worden aangemerkt. Een tweede voorbeeld: een cursus conflicthantering zou voor een verkoper tot de opleidingsbehoefte kunnen worden gerekend, terwijl deze cursus voor een verkoopmanager een absolute opleidingsnoodzaak is. In de Human Resource Management-benadering ligt de verantwoordelijkheid voor een goede scholing van de medewerkers bij de directe lijnmanager. Maar vanzelfsprekend zullen de medewerkers ook zelf te kennen moeten geven waar hun ambities liggen en wat dit betekent voor her- en bijscholing. Cijfers & Trends Het effect van opleidingen 14
Meningen van het management over het effect van bijscholing, in procenten Beter berekend op taak: 93 % Betere motivatie: Hogere productiviteit: 78% 41 %
Meningen van cursisten, minstens 1 jaar na het volgen van de opleiding, in procenten Meer plezier in het werk: 43 % Beter gemotiveerd: 43 % Beter berekend op taken: 80 % Meer mogelijkheden binnen het bedrijf: 35 % Positiever ten aanzien van bijscholing in het algemeen: 68 %
In de praktijk blijkt de kwaliteit van een opleiding moeilijk meetbaar, aangezien dit begrip op verschillende manieren wordt gedefinieerd, namelijk vanuit de beleving van de kantoor huren haarlem deelnemer van de opleiding (training als happening). de manager van de deelnemer (de uitkomst van de werksituatie) en de opleider (inhoud en de gebruikte hulpmiddelen). De kwaliteit van een opleiding zal daarom moeten blijken uit verschillende perspectieven, die ook allemaal geëvalueerd worden. Alleen dan zal men een genuanceerd oordeel kunnen vellen over de kwaliteit van de opleiding en de vraag kunnen beantwoorden of het geld hieraan goed besteed is ofniet.

Human Resource Management

Gerelateerde afbeelding

Brengt de baan veel veranderingen met zich mee? Ondernemingen die snel groeien en veranderen, dwingen werknemers om mee te groeien en te veranderen. Hierdoor krijg je een blijvende voorsprong op andere werknemers. 5 Is de onderneming een EOC of FPF? Een EOC (Employer of Choice) is een onderneming waarvoor iedereen wil werken. Als je voor deze onderneming werkt, maakje kennis met de beste ‘business practices’. Vanuit zo’n onderneming is het heel eenvoudig om bij een andere organisatie aan het werk te komen. Een FPW (Fun Place to Work) is een (vaak kleinere) onderneming met een zeer aansprekende en unieke bedrijfscultuur en met prettige medewerkers. In het algemeen is het een organisatie waar iedereen veel beslissingen mag nemen. Er heerst een sterke teamgeest en er is weinig bureaucratie. Soms is een onderneming deels een EOC en deels een FPW.
Ten slotte grijpen politieke beslissingen zoals op het gebied van de aard politieke beslissingen en omvang van het sociale zekerheidsstelsel, ontslagbescherming en de hoogte van flexplek utrecht minimumlonen, direct in op de omvang van het aanbod van werknemers.
Door de hiervoor geschetste ontwikkelingen worden nieuwe en hogere eisen gesteld aan organisaties. Een van de belangrijkste hiervan is de eis tot flexibiliteit ofwel wendbaarheid. nexibiliteit Het wezenlijkste kenmerk van organisaties is dat er mensen samenwerken om gemeenschappelijke doelen te bereiken. Hiertoe zullen de productiefactoren (arbeid, natuur, kapitaal, ondernemen en informatie) optimaal op elkaar afgestemd moeten worden. Dit afstemmen is mensenwerk. Het zijn dan ook de mensen die bepalend zijn voor de flexibiliteit van de organisatie.
Om als organisatie succesvol te zijn is het noodzakelijk binnen de organisatie een omgeving te creëren die erop gericht is de flexibiliteit en de mobiliteit van de mensen te vergroten. Dit staat of valt met de inzet en motivatie van mensen en het gebruik dat er gemaakt wordt van hun talenten en creativiteit.
Voor het optimaal kunnen benutten van de kwaliteiten van mensen, zal het personeelsbeleid geïntegreerd moeten zijn met het strategisch management. Hierdoor ontstaat een nauwe relatie tussen de afstemming van de organisatie op haar omgeving en het daarbij te voeren personeelsbeleid. De managementbenadering die wil komen tot een geïntegreerde aanpak van het strategisch management en de menselijke kwaliteiten in een organisatie, wordt Human Resource Management genoemd.

Denkrichtingen en persoonlijkheden

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In figuur 4.1 worden de belangrijkste personen uit de geschiedenis van de organisatiekunde op een tijdlijn gezet. Deze personen vertegenwoordigen vaak een bepaalde stroming of denkrichting binnen de organisatiekunde. In de volgende paragrafen zullen de denkrichtingen en persoonlijkheden de revue passeren, die (veel) invloed gehad hebben op de ontwikkeling van het organisatiekundig denken. Vanwaar deze duik in het verleden? De reden is dat deze bijdragen nog steeds deel uitmaken van het huidige theoretische kader van het vakgebied. Hoewel in een andere tijd ontstaan, en dus gedeeltelijk gedateerd, bevatten zij waardevolle elementen die een tijdloos karakter hebben. Maar ook heel recente theoretische opvattingen en persoonlijkheden zullen worden besproken. Het zal de lezer opvallen dat veel nieuwe theorieën ook flexplek utrecht hun wortels hebben in het verleden.
In de kern gaat het steeds om de vraag hoe men door gezamenlijke inspanning doelen kan bereiken. Hierbij spelen de wijze van taakverdeling en coördinatie, de gekozen leiderschapsstijlen alsmede de wijze van communicatie een belangrijke rol.
De bijdragen die door de diverse personen zijn geleverd hebben betrekking op verschillende aspecten van organisaties. Vanzelfsprekend worden hierbij ook verschillende uitgangspunten gehanteerd. We zien verder dat de ene bijdrage vaak is ontstaan als reactie op een voorafgaande. Deze wordt dan bekritiseerd en soms gedeeltelijk ontkracht en er wordt een andere verklaring of benadering tegenover gesteld, zonder dat de eerdere bijdrage geheel wordt gefalsifieerd. Op deze wijze heeft het theoretisch kader van de organisatiekunde zijn gevarieerde, rijk geschakeerde, maar ook enigszins onsamenhangende karakter gekregen.

Managementperspectief

Gerelateerde afbeelding

Als we alle bijdragen uit deze vakgebieden verzamelen die we nodig hebben voor een onderzoek of project is dit echter nog geen interdisciplinaire, maar een zogenoemde multidisciplinaire aanpak. Een interdisciplinaire aanpak gaat nog een stap verder. Dat wil namelijk zeggen dat de verschillende bijdragen naar hun specifieke belang worden afgewogen en worden gebruikt voor de ontwikkeling van een nieuwe benadering, waarbij het onderwerp in zijn totaliteit wordt beschouwd. De oude disciplines komen dan niet meer herkenbaar naar voren (dit is wel het geval bij een multidisciplinaire aanpak). Dat is dus een ambitieuze aanpak. Het is een doel waar voortdurend naar wordt gestreefd, een ideaalbeeld. Vaak komt men niet verder dan multidisciplinariteit, ook binnen organisatiekundig onderzoek. KPN Research verricht strategisch en toepassingsgericht onderzoek voor KPN en enkele externe klanten (TPG, ING/Postbank). Doel is bij te dragen aan de vergaderruimte utrecht concurrentiekracht van KPN. De relatie tussen KPN Research en haar vele klanten, namelijk de bedrijfsonderdelen van KPN, is complex. Daarom zijn samen met het lijnmanagement enkele accountmanagers actief om de juiste innovatie-behoeften boven tafel te krijgen.
Wat is de belangrijkste management-les die u heeft geleerd? Als je iets wil veranderen, werkt ‘pull’ vaak beter dan ‘push’. Als een externe kracht (bijvoorbeeld een klant) gevonden kan worden die het resultaat van de verandering keihard nodig heeft, kan die externe kracht meer verandering veroorzaken dan wanneer je zelf gaat uitleggen ‘dat het anders moet’. Of, zoals Johan Cruijff reeds zei: ‘Je moet de bal het werk laten doen.’
In wat voor opzicht heeft de globalisering invloed op uw organisatie? KPN Research is groot in Nederland, maar klein in de wereld. In de zich snel ontwikkelende ICT-markt ligt voor KPN Research de uitdaging om niet meer alles zelf te doen, maar partners te zoeken voor subcontracten en netwerken. Relaties met de buitenwereld worden belangrijker, evenals het maken van keuzes ten aanzien van het expertise-portfolio: Waarin willen we wereldkampioen zijn, en wat kunnen we beter uitbesteden?
Wat is het belang van informatiesystemen in uw organisatie? Het belang is groot. Goede informatiesystemen ondersteunen de besturing van het R&D-werk dat daardoor effectiever kan zijn. Bovendien heeft een kennisintensief instituut als KPN Research de behoefte om snel de juiste kennis en informatie te kunnen raadplegen; ondersteuning door een adequaat informatiesysteem is hierbij onontbeerlijk.

Omgeving en organisatie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

De eerste golf onstaat aan het einde van de vorige eeuw, na een langdurige depressieperiode. Deze periode kenmerkt zich evenals de huidige concentratiegolf door technologische vernieuwing. Uitgedrukt in het BNP-percentage is de omvang van deze eerste golf groter dan die van de huidige (vijfde) fusie-en overnamegolf. Bekende voortbrengsels van de eerste concentratiegolf zijn Genera! Electric in de VS, CSM in Nederland en AEG in Duitsland.
1918-1930 In de jaren na de Eerste Wereldoorlog ontstaat een fusie-en overnamegolf die wordt gevoed door optimistische verwachtingen. Een kortstondige dip in het aantal fusies en overnames vindt plaats tijdens de scherpe recessie van 19201922. In de tweede helft van flexplek utrecht de jaren twintig leeft de concentratiebeweging ech
ter weer op. Grote Europese concerns die ontstaan in de jaren 1918-1930, zijn Bayer, Daimler-Benz en Unilever.
1958-1977 Amerikaanse ondernemingen worden steeds actiever in Europa. Een gemeenschappelijke Europese markt is in opbouw. In zestig tot tachtig procent van de gevallen in de VS staan de fusies en overnames in het teken van diversificatie; in Nederland, Groot-Brittannië en Frankrijk varieert dit percentage van twintig tot veertig.
1982-1991 Voorafgaand aan de vierde concentratiegolf is er sprake van stagnatie, met een geringe groei van de wereldhandel, hoge inflatie, faillissementen van grote bedrijven en een slinkend vertrouwen in de economie. Deze golf begint omstreeks 1980 in de VS en omstreeks 1982/1983 in Europa. Uit deze periode dateren ondernemingen als ABN/AMRO en Novartis.
1992-nu We bevinden ons naar het zich laat aanzien in de vijfde concentratiegolf. Mondialisering van de handel en IT-gedreven vernieuwingen, versterkt door de beurshausse, zijn de drijvende krachten van de huidige golf. Het aantal fusies en overnames, alsmede de omvang ervan, bereikt tophoogten.
Er kunnen verschillende motieven zijn om strategische allianties6 op te bouwen. In figuur 3.1 worden ze in een algemeen kader geplaatst.
Van verdedigen is sprake wanneer het resultaat van de samenwerking ligt op het beschermen van de kernactiviteit van de marktleider, om in de toekomst haar concurrentiepositie veilig te stellen. Hier is dus sprake van een defensieve strategie. Voorbeeld: IBM die met grote klanten specifieke software ontwikkelt.

De integrale benadering

Gerelateerde afbeelding

Bij de integrale benadering worden alle functionele gebieden doorgelicht, en vervolgens worden de resultaten met elkaar in verband gebracht. Op deze wijze verkrijgt men een totaalbeeld van de organisatie. De laatste jaren is er steeds meer belangstelling voor de integrale benadering, aangezien veel problemen niet geïsoleerd kunnen worden benaderd. Een goed voorbeeld hiervan zijn de logistieke processen in organisaties die bijna op alle functionele gebieden betrekking hebben.
Organisatie Deskundigheid van het personeel Motivatie van het personeel • Aanpassingsvermogen van de organisatie .A. Figuur 2.8 Voorbeeld van performance-metingen binnen functionele gebieden
2 Intern onderzoek vanuit resultaten De tweede benadering van intern onderzoek is die vanuit resultaten. Hierbij wordt gekeken naar de financië- resultaten Ie aantrekkelijkheid van verschillende bedrijfsactiviteiten. Aandachtspunten zijn hierbij onder andere de winst(potentie) alsmede het strategisch perspectief van de activiteit.
Bij veel ondernemingen worden vergaderruimte utrecht samenhangende activiteiten onderverdeeld in bedrijfseenheden. Enkele kenmerken van bedrijfseenheden zijn bedrijfseenheden dat ze zich met hun product- of dienstenaanbod richten op duidelijk afgebakende markten. Voorts zijn bijna alle functies binnen een bedrijfseenheid terug te vinden zoals verkoop, inkoop, marketing, administratie, service enzovoort. Ook worden voor een bedrijfseenheid de resultaten van de activiteiten geadministreerd. Je kunt zeggen dat een bedrijfseenheid eigenlijk een zelfstandige onderneming binnen een concern is.
Deze bedrijfseenheden worden SBE’s genoemd: strategische bedrijfseenheden. De Amerikaanse benaming hiervoor is: ‘Strategie Business Units’, veelal afgekort tot SBU. Aangezien de Amerikaanse term veelvuldig wordt gebruikt zullen we deze voortaan hanteren. Het ‘strategische’ in het begrip SBU duidt erop dat de SBU een eigen strategie bepaalt die vanzelfsprekend binnen de ondernemingsstrategie moet passen. Een SBU kan bij grote ondernemingen een aantal product/markt-combinaties (PMC’s) omvatten. Onder een product/marktcombinatie wordt een SBU op een lager bedrijfsniveau verstaan. SBu’s of PMc’s kunnen worden gedefinieerd op basis van producten, afnemersgroepen, distributiekanalen of geografische gebieden. Een voorbeeld van een onderverdeling van een SBU in onderliggende PMc’s zien we in figuur 2.9. Binnen Randstad Holding NV zien we een viertal SBu’s. Binnen de SBU ‘Beveiliging’ wordt een splitsing gemaakt in een drietal PMC’s: Randon Beveiliging, Randon Meldkamer en Randon Services.

Omgevingsfactoren

Gerelateerde afbeelding

De omgevingsfactoren beïnvloeden de organisatie indirect en zijn slechts in beperkte mate te beïnvloeden door de organisatie. Deze factoren zijn echter van zeer groot belang voor het succes van organisaties. In de volgende paragrafen zullen de volgende omgevingsfactoren worden behandeld: • milieufactoren (i.3.1) • technologische factoren (1.3.2) • demografische factoren (1.3.3) • economische factoren (1.3.4) • politieke factoren ( i.3.5) • maatschappelijke factoren ( 1.3.6)
1.3.1 Milieufactoren
De economische groei van de afgelopen decennia heeft geleid tot een flexplek utrecht consumptie van goederen en diensten, maar is ook gepaard gegaan met een sterke vervuiling van het milieu en een verdere uitputting van natuurlijke hulpbronnen. Ondanks de productiegroei van de afgelopen twintig jaar in Nederland hebben belangrijke factoren die een bijdrage leveren aan de welvaart, zoals de werkgelegenheid, de veiligheid en het milieu zware klappen gekregen. 1
Een verdergaande aantasting van het milieu is maatschappelijk onaanvaardbaar. In dit licht worden politieke keuzes gemaakt om de vervuiling een halt toe te roepen. Het zogenaamde Nationaal Milieuplan 3 (NMP3), een beleidsnota van de overheid die voortborduurt op het eerder verschenen Nationaal Milieubeleidsplan 1 ( +) en 2, bevat de strategie voor
Hoofdstuk 1 1 Omgevingsinvloeden
het milieubeleid tot 2003. De hoofddoelstelling van het NMP is: ‘het in stand houden van het draagvermogen van het milieu ten behoeve van een duurzame ontwikkeling’. Van duurzame ontwikkeling wordt gesproken als er wordt voorzien in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien.2 Welvaart kan worden beschouwd als de graadmeter voor duurzaamheid. Het bereiken van deze doelstelling zal een enorme opgave zijn. Het beleid van het NMP richt zich op doelgroepen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van uitstoot, lozingen en afvalstromen zoals landbouw, elektriciteitscentrales, industrie, consumenten, verkeer en vervoer enzovoort. In het NMP zijn voor deze groepen doelstellingen aangegeven voor verminderingen van uitstoot en lozingen of zijn specifieke afspraken gemaakt.
De belangrijkste hoofdlijnen van NMP3 zijn de volgende: • Een sterke groei van het budget voor bodemsanering en een verandering van de saneringsaanpak moet minimaal leiden tot een halvering van de saneringsperiode van tachtig tot veertig jaar. • De emissies van stoffen zoals methaan, dioxine, lachgas, koolmonoxide, benzeen en fluoriden in lucht en water dalen.