Het Bouwbesluit

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Volgens art. 1b lid 2 Wonw is het verboden een bestaand(e): a gebouw, b bouwwerk, niet zijnde een gebouw of c standplaats in een staat te brengen, te laten komen of te houden dat (die) niet voldoet aan de desbetreffende voorschriften in het Bouwbesluit 2003 (art. 2 lid 2, 4 of 6 Wonw).
Overtreding van dit verbod kan bestuursrechtelijk of strafrechtelijk worden gehandhaafd. Bestuursrechtelijke handhaving is sinds 1 juli 2007 direct mogelijk kantoor huren almelo zonder dat daartoe nog (de tussenstap van) een specifieke Woningwet-aanschrijving vereist is. Het schrappen van de Woningwet-aanschrijving werd gerechtvaardigd geacht omdat in het Bouwbesluit 2003 voldoende duidelijkheid wordt gegeven omtrent de eisen waaraan een burger moet voldoen ten aanzien van bestaande bouw of nieuwbouw. Er worden in het Bouwbesluit 2003 functionele eisen gesteld die nagenoeg allemaal vertaald zijn in een prestatie-eis. Verder wordt een geobjectiveerde bepalingsmethode (NEN-norm) aangewezen waarmee naar het oordeel van de regering met precisie en op verantwoorde wijze kantoor huren delft kan worden bepaald of aan de grenswaarde in de prestatie-eis wordt voldaan. Het werd niet meer nodig geacht eerst een Woningwet-aanschrijving uit te laten gaan waarin een vage norm werd geconcretiseerd en pas bij overtreding van die norm kon worden gehandhaafd. Deze bestuursrechtelijke handhaving kan plaatsvinden door middel van het toepassen van bestuursdwang of het opleggen van een last onder dwangsom.
In het Bouwbesluit zijn per hoofdstuk afdelingen opgenomen die betrekking hebben op een bepaald onderwerp, bijvoorbeeld op de bouwconstructie, vloerafscheiding, trap of elektriciteitsvoorziening. Per afdeling is een paragraaf opgenomen met de eisen kantoor huren oss voor nieuwbouw en een paragraaf met de eisen voor bestaande bouw. De eisen aan bestaande bouw zijn doorgaans lichter dan die aan nieuwbouw. Voor bestaande woningen komt het (samengevat en kort weergegeven) neer op voorschriften met betrekking tot de volgende onderwerpen: constructieve veiligheid (een woning mag niet instorten of verzakken); brandveiligheid (bij brand moet de woning veilig kunnen worden ontvlucht); vloerafscheiding (leuning en hekwerk bij trappen en balkons); luchtkwaliteit (ventilatiemogelijkheid en mogelijkheid voor kantoor huren helmond afvoer van verbrandingsgassen); waterdichtheid (daken en muren moeten waterdicht zijn); daglicht (in bewoonde ruimten moet daglicht zijn); water, gas elektra en rioolinstallaties (er moet een veilige voorziening aanwezig zijn voor gas, water, elektra en riolering, die aangesloten kan worden op het (distributie)net).

Lichtvaardige verzoeken

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Procedure Om te voorkomen dat er lichtvaardige verzoeken worden ingediend, heffen burgemeester en wethouders van de aanvrager een recht (leges) van €300 (art. 6.4 lid 1 en 3 Wro). Dit bedrag mag bij verordening van de gemeenteraad met ten hoogste tweederde deel worden verhoogd of verlaagd. Er kunnen plaatselijke omstandigheden zijn waardoor kantoor huren almelo het gewenst is het bedrag te verhogen of te verlagen in verband met het doel lichtvaardige aanvragen te voorkomen. Indien op de aanvraag geheel of gedeeltelijk positief wordt beslist, storten burgemeester en wethouders het betaalde recht aan de indiener van het verzoek terug. Burgemeester en wethouders delen de aanvrager mee dat hij het bedrag verschuldigd is en binnen vier weken moet betalen. Zonder tijdige betaling en zonder goede reden daarvoor verklaren burgemeester en wethouders de aanvrager niet-ontvankelijk (art. 6.4 lid 2 Wro).
Burgemeester en wethouders besluiten op een verzoek om schadevergoeding. Bij een provinciaal inpassingsplan of een rijksinpassingsplan ligt de beslissing bij Gedeputeerde Staten respectievelijk de minister (art. 6.6 Wro); het verzoek om schadevergoeding kantoor huren delft wordt ingediend bij burgemeester en wethouders (art. 6.6 lid 4 Wro).Het Bro bevat in Afdeling 6.1 bepalingen omtrent de inrichting en behandeling en de wijze van beoordeling van een aanvraag om tegemoetkoming in schade. Daardoor worden deze regels geüniformeerd en gestandaardiseerd.

Art. 6.1.3.3 Bro zegt dat bij gemeentelijke verordening, provinciale verordening en bij regeling van de minister van VROM regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt. De bedoelde adviseur is volgens art. 6.1.1.1 onder c Bro: een persoon of commissie, die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder kantoor huren oss verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan, en die belast is met de advisering over de op de aanvraag te nemen beschikking. Volgens art. 6.1.3.2 Bro wijst het bestuursorgaan een adviseur aan die een advies uitbrengt over de op de aanvraag te nemen beslissing, tenzij de aanvraag niet in behandeling behoeft te worden genomen. Dit laatste is het geval is als de aanvraag niet binnen de voorgeschreven termijn is ingediend; of de aanvraag niet voor vergoeding in aanmerking komt omdat duidelijk is dat de schade binnen het normale kantoor huren helmond maatschappelijke risico van de aanvrager valt of de schadeoorzaak voorzienbaar was of de schade voorkomen of beperkt had kunnen worden; of niet voldaan wordt aan art. 4.5 Awb (waarin de algemeen geldende bepalingen staan over het in behandeling nemen van aanvragen).

Provinciaal inpassingsplan

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Provinciaal inpassingsplan en projectbesluit Provinciale Staten stellen voor een gebied het provinciale inpassingsplan vast. Zij horen tevoren de desbetreffende gemeenteraad, die na de vaststelling vooralsnog niet meer bevoegd is voor het gebied zelf een bestemmingsplan vast te stellen. Vooralsnog, omdat Provinciale Staten in het vaststellingsbesluit moeten opnemen kantoor huren almelo tot welk tijdstip de uitsluiting van de bevoegdheid van de gemeenteraad tot vaststelling van een bestemmingsplan voortduurt; de periode moet liggen binnen de reguliere tienjarenperiode van de bestemmingsplanherziening (art. 3.26 lid 5 Wro).
Afdeling 3.1 en 3.2 Wro zijn van overeenkomstige toepassing op het inpassingsplan: het zijn de voorschriften uit de Wro omtrent de inhoud en de procedure van een bestemmingsplan. Gedeputeerde Staten vervullen de rol van burgemeester en wethouders, en Provinciale Staten de kantoor huren delft rol van de gemeenteraad. De rechtsgevolgen van een bestemmingsplan zijn ook van toepassing op het inpassingsplan, omdat bepaald is dat het inpassingsplan geacht wordt deel uit te maken van het bestemmingsplan of de bestemmingsplannen waarop het betrekking heeft (art. 3.26 lid 3 Wro). Provinciale Staten mogen bij het inpassingsplan bepalen dat niet burgemeester en wethouders maar Gedeputeerde Staten de uitvoeringsbesluiten van het inpassingsplan nemen: beslissen op aanvragen aanleg- of sloopvergunning, het uitwerken of wijzigen van het inpassingsplan dan wel de vele bevoegdheden uit (Afdeling 1 van Hoofdstuk IV van) de Woningwet ten aanzien van aanvragen bouwvergunning. Als ook de laatste kantoor huren oss bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten worden toebedeeld, moeten Gedeputeerde Staten dus (als nieuwe taak) beslissen inzake welstandsbeoordeling, aanhouding van de beslissing op de aanvraag bouwvergunning, het verbinden van voorwaarden aan de vergunning en fasering van de vergunning. Indien Gedeputeerde Staten beslissen omtrent aanvragen sloop- of aanlegvergunning, moeten zij ook beslissen over aanvragen buitenplanse ontheffingen (art. 3.26 lid 4 Wro). Voor ieders duidelijkheid lijkt het verstandig Gedeputeerde Staten ofwel geen ofwel het totale pakket aan uitvoeringsbevoegdheden te geven.
Ook Provinciale Staten kunnen als de gemeenteraad een projectbesluit nemen; binnen een jaar nadat het projectbesluit onherroepelijk is, leggen kantoor huren helmond Gedeputeerde Staten dan een ontwerp-inpassingsplan ter inzage overeenkomstig het projectbesluit. Op het provinciale inpassingsplan zijn de Wro-artikelen inzake de inhoud en de procedure van het gemeentelijke projectbesluit van overeenkomstige toepassing. Het zijn art. 3.10 t/m 3.14, en 3.26 lid 4 en 5. Waar bestemmingsplan staat, moet inpassingsplan worden gelezen; Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten treden in de plaats van gemeenteraad respectievelijk burgemeester en wethouders.

De standaardbepaling

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Lid 2 van de standaardbepaling zegt dat het volgens lid 1 toegestane gebruik mag worden veranderd in een ander met het bestemmingsplan strijdig gebruik. Dat is echter alleen toegestaan indien met het beoogde gebruik de afwijking van (de bestemming in) het plan kantoor huren almelo naar aard en omvang wordt verkleind. Het verschil met de overgangsbepaling bij bouwen is hierin gelegen, dat bij het bouwen ook aanvaardbaar is dat de afwijking naar aard en omvang even groot blijft, terwijl bij het gebruik de eis iets strenger is: de afwijking moet naar aard en omvang afnemen. Gebruiksveranderingen zijn onder overgangsrecht, dat uitgaat van bevriezing, immers ingrijpender en minder acceptabel dan geringe bouwactiviteiten, gericht op aanpassing aan hedendaagse eisen (veelal samenhangend met het gebruik). Voor de afwijkingsmogelijkheid gelden twee argumenten. Het eerste argument voor de afwijkingsmogelijkheid is kantoor huren delft dat, waar het overgangsrecht een met het bestemmingsplan strijdige situatie (tijdelijk) aanvaardbaar acht, niet valt in te zien waarom dan niet aanvaardbaar zou zijn dat het gebruik zodanig wordt veranderd dat de afwijking van de geldende bestemming afneemt: wie het meerdere mag, mag ook het mindere. Het tweede argument is dat de gebruiker moet worden gestimuleerd zijn van het plan afwijkende gebruik aan te passen naar het gebruik dat minder afwijkt, want dat leidt – althans voor de korte termijn – tot een minder ongewenst gebruik.
• Voorbeeld Onder het oude bestemmingsplan was een agrarisch bedrijfsgebouw niet in strijd met het bestemmingsplan als woning in gebruik genomen. Het gebruik als woning mag worden voortgezet onder het nieuwe bestemmingsplan waarin het gebouw kantoor huren oss uitsluitend een bedrijfsfunctie heeft gekregen en niet mag worden bewoond. Als het gebruik van het gebouw als woning langer dan een jaar wordt gestaakt, mag daarna geen bewoning meer plaatsvinden.
Hoewel kan worden gesteld dat het kenmerkend is voor overgangsrecht dat een eenmaal beëindigd gebruik niet meer kan worden hervat – strijdig als dit is met het geldende bestemmingsplan -is aan het stellen van een termijn het belangrijke voordeel verbonden dat de handhavende instanties niet van dag tot dag behoeven vast te stellen dat het overgangsrechtelijk beschermde gebruik nog wordt voortgezet. Een periode van een jaar is zodanig lang dat voor een belangrijk deel van de gevallen meer kantoor huren helmond duidelijkheid kan worden geschapen, in het bijzonder in verband met de bewijsvoering. Ontduiking van de regeling zal niet altijd te vermijden zijn.
In lid 4 van de standaardbepaling is voor alle duidelijkheid vastgelegd dat illegaal gebruik expliciet is uitgesloten van het overgangsrecht.

Overheidshandelingen

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Schade als gevolg van overheidshandelen Overheidshandelingen kunnen schade veroorzaken. In beginsel dient de overheid geleden schade te vergoeden. Dit beginsel is op veel plaatsen in ons recht terug te vinden. Zo zijn er talrijke wettelijke schadevergoedingsbepalingen, waarvan de bekendste ongetwijfeld art. 49 WRO is. Art. 8:73 Awb regelt een recht op schadevergoeding kantoor huren almelo nadat een besluit door de hoogste rechter is vernietigd. Art. 3:4 lid 2 Awb is de grondslag voor de zogenoemde nadeelcompensatie: ondervindt iemand door een besluit onevenredig veel nadeel, dan dient dit nadeel te worden gecompenseerd. Pleegt de overheid een onrechtmatige daad, dan is uiteraard kantoor huren delft ook schadevergoeding op zijn plaats. Met het recht op schadevergoeding hangt uiteraard ook samen de wijze waarop dit recht kan worden verkregen. Met andere woorden: welke instantie kan worden benaderd om het recht op schadevergoeding te bepalen, de burgerlijke rechter of de bestuursrechter? Sinds de uitspraak van de Raad van State van 6 mei 1997 (zie subpar. 3.1.4 onder ‘Bestuurshandelingen, feitelijke handelingen en rechtshandelingen) zijn de kaarten wat dit betreft opnieuw geschud.
Veroorzaakt de overheid schade in het kader van een publiekrechtelijke bevoegdheid, dan kan de benadeelde verzoeken de schade te vergoeden. De beslissing kantoor huren oss op een dergelijk verzoek is een besluit ex art. 1:3 Awb en dus in principe vatbaar voor bezwaar en beroep. In principe, want als beperking geldt dat ook tegen het schadeveroorzakende besluit beroep open moet staan.
Samengevat kan worden uitgegaan van het volgende: Is de schade een gevolg van privaatrechtelijk onrechtmatig optreden van de overheid, dan is de burgerlijke rechter bevoegd. Uitgangspunt is volledige schadeloosstelling. Is de schade een gevolg van een feitelijk publiekrechtelijk onrechtmatig optreden van de overheid, dan is ook de burgerlijke rechter bevoegd. Is de schade een kantoor huren helmond gevolg van een besluit, dan geldt de ‘Van Vlodrop’-formule, dus bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Is de schade een gevolg van een besluit waartegen geen bezwaar en beroep openstaat, dan is de burgerlijke rechter bevoegd om hiervan kennis te nemen.

Bestuursrechtkamers van de rechtbanken

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bestuursrechtkamers van de rechtbanken De algemene administratieve rechtspraak is in eerste instantie opgedragen aan de administratieve kamers van de rechtbanken. Dit is geregeld in art. 43 van de Wet op de rechterlijke organisatie. Art. 8:1 Awb sluit bij deze algemene opdracht aan door te bepalen: ‘een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank’. Hoofdstuk 8 Awb is volledig gewijd aan het beroep bij de rechtbank. Enkele belangrijke kantoor huren almelo bepalingen uit dit hoofdstuk zijn: art. 8:2, 3, 4 en 5 Awb: vermeldt besluiten waartegen geen beroep kan worden ingesteld; art. 8:6 Awb: indien er een andere rechtsgang bestaat of heeft opengestaan, kan geen beroep worden ingesteld bij de rechtbank. Kortom, eerst andere beroepsmogelijkheden benutten, voordat een beroep op de rechtbank kan worden gedaan.
3.3 Bestuursprocesrecht van de Awb 111
•Voorbeeld Tegen belastingbeschikkingen moet beroep worden ingesteld bij de belastingkamer van het gerechtshof, nadat eerst een bezwaarschrift is kantoor huren delft ingediend bij de rechtbank.
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State De competentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State als administratieve rechter is te vinden in art. 36 Wet op de Raad van State: een belanghebbende en het bestuursorgaan kunnen bij deze Afdeling hoger beroep instellen tegen een uitspraak van de rechtbank (art. 37 Wet op de Raad van State).
• Voorbeeld Schoenmakers vraagt bij het college van burgemeester en wethouders een bouwvergunning aan. Deze wordt geweigerd. Hij dient bij het college een bezwaarschrift in tegen de weigering. Het college van burgemeester en wethouders beslist dat het bezwaarschrift ongegrond is. Tegen dit laatste besluit gaat hij in beroep bij de rechtbank. De rechter is het met het kantoor huren oss college van burgemeester en wethouders eens en verklaart het beroep ongegrond. Tegen de uitspraak van de rechtbank kan Schoenmakers vervolgens in hoger beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het is al eerder gezegd: bezwaar en beroep hebben in het algemeen geen schorsende werking. Dit wil zeggen: de werking van het besluit wordt niet opgeschort. Deze regel geldt ook wanneer beroep is ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Ingeval het noodzakelijk wordt geacht om de werking van een besluit te schorsen of een andere voorlopige kantoor huren helmond voorziening te treffen, dan kan aan de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak een verzoek daartoe worden gedaan. De voorzitter heeft vergelijkbare bevoegdheden als de voorzieningenrechter van de rechtbank.

Motiveringsbeginsel

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Bepaalt dat een beschikking dient te berusten op een deugdelijke motivering. Deze verplichting behoort tot de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Sinds de Awb is dit een geschreven regel. De motiveringsverplichting kent twee aspecten: 1 De beschikking moet gedragen kunnen worden door de daaraan ten grondslag gelegde motivering (vereiste van flexplek huren eindhoven draagkrachtige motivering). 2 De motivering moet voor de aanvrager van de beschikking kenbaar zijn (vereiste van kenbare motivering). Art. 3:47 lid 2 Awb voegt hieraan toe dat bij de beschikking zo mogelijk moet worden verwezen naar het wettelijke voorschrift waarop de beschikking steunt. Het bestuursorgaan hoeft niet in alle gevallen een motivering te geven. Soms heeft een aanvrager geen behoefte aan een motivering, bijvoorbeeld bij een beschikking die exact overeenkomt met het verzoek. Art. 3:48 Awb bepaalt dan ook dat een motivering achterwege kan blijven indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat. • Voorbeeld Bij beschikkingen betreffende huursubsidie, sociale uitkeringen en belastingaanslagen, wordt flexplek huren den haag aangenomen dat er geen behoefte aan motivering bestaat indien de beschikking overeenkomt met het verzoek van de aanvrager. Advisering De overheid is lang niet op elk gebied deskundig. Vaak schakelt zij externe personen of organisaties in om haar te adviseren. Het verschijnsel van adviseurs heeft de laatste jaren een enorme vlucht genomen en als gevolg daarvan is de invloed van adviseurs op overheidsbesluiten aanzienlijk. Het doel van de opdracht tot advisering· is bij te dragen aan een zo hoog mogelijke kwaliteit van de te nemen besluiten. Ook worden adviseurs vaak ingeschakeld om moeilijke beslissingen te legitimeren. De overheid kan dan verwijzen naar een ‘objectieve’ adviseur, wiens deskundigheid men niet in twijfel durft te trekken. Naast het vrijwillig vragen van een advies kennen verschillende wettelijke voorschriften de verplichting tot het flexplek huren haarlem vragen vàn advies. De in de Awb gegeven regels voor advisering hebben alleen betrekking op adviseurs die moeten worden geraadpleegd op grond van een wettelijk voorschrift. Art. 3:5 Awb bepaalt dat onder adviseur moet worden verstaan een persoon of college, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het adviseren inzake door een bestuursorgaan te nemen besluit en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van dat bestuursorgaan. Veel wettelijke voorschriften bevatten de verplichting voor een bestuursorgaan om advies in te winnen, voordat het een bepaald besluit neemt. •Voorbeeld Een invalidenparkeerkaart die het recht geeft om op invaliden parkeerplaatsen te parkeren, mag alleen worden gegeven indien van tevoren een medicus advies heeft uitgebracht over de mate flexplek huren tilburg van invaliditeit van de aanvrager. Voordat een bouwvergunning wordt verleend, moet de aanvraag ter advisering worden voorgelegd aan een welstandscommissie (schoonheidscommissie).

De hoofdzaken

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

In dit hoofdstuk komen eerst de hoofdzaken van de Awb aan de orde. Daarna handelt een paragraaf over rechtsbescherming tegen de overheid. De overheid heeft een veel sterkere positie dan een burger; ons rechtssysteem beschikt dan flexplek huren eindhoven ook over uitgebreide mogelijkheden voor bescherming tegen overheidshandelen, waarvoor de Awb de algemene bron is. De Awb geeft ook de procedures voor de administratieve rechtsgangen. Maar ook de keerzijde van de medaille is geregeld in de Awb, namelijk de naleving door de burger van de wettelijke voorschriften door de overheid uitgevaardigd; dit heet de rechtshandhaving. Een aantal algemene bepalingen over bestuursorganen verdient daarna aandacht, zoals de manier waarop de centrale overheid haar bevoegdheden aan anderen kan overdragen, en het toezicht op bestuursorganen. Daarna komen enige leerstukken aan de orde die niet direct een plaats hebben gevonden in de Awb, maar die niettemin van groot belang zijn voor het begrip van het algemene flexplek huren den haag deel van het bestuursrecht. Zo is openbaarheid van bestuur een wezenlijk onderdeel van het bestuursrecht, en is kennis van de overheid die privaatrechtelijke handelingen verricht, van belang.
In art. 107 Gw staat de opdracht voor de wetgever om algemene regels van bestuursrecht vast te stellen. Aan deze opdracht heeft de wetgever voldaan met de vaststelling van de Awb. De wet heeft de vorm gekregen van aanbouwwetgeving. Dit wil zeggen dat de wet nog niet is voltooid, maar dat in de toekomst nog een aantal hoofdstukken aan de wet zal flexplek huren haarlem worden toegevoegd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1994. De Awb heeft drie doelstellingen en heeft als belangrijkste kenmerk dat hij bepalingen bevat die voor het hele bestuursrecht gelden. De wet bestaat uit verschillende soorten regels; deze komen hier aan de orde. Aan de inhoudsopgave is te zien dat de Awb een zogenoemde gelaagde structuur heeft, dat wil zeggen: hij gaat van algemeen naar bijzonder. Aan de titels van de hoofdstukken 1, 2, 3 en 4 van de Awb is dit goed te zien, zij betreffen respectievelijk de inleidende flexplek huren tilburg bepalingen, het verkeer tussen burgers en bestuursorganen, algemene bepalingen over besluiten, bijzondere bepalingen over besluiten.

Bevoegdheden van Provinciale Staten

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Provinciale Staten zijn het bevoegde orgaan tot het maken van verordeningen in het belang van de provincie (art. 145 Provw). Provinciale Staten kunnen hun bevoegdheden aan Gedeputeerde Staten delegeren, met uitzondering van een aantal met name flexplek huren eindhoven opgesomde bevoegdheden (art. 152 Provw), waarvan de belangrijkste zijn de bevoegdheid tot: het vaststellen of wijzigen van de begroting en het vaststellen van de rekening; het stellen van straf op overtreding van provinciale verordeningen.
Bevoegdheden van Gedeputeerde Staten Het dagelijks bestuur van de provincie is aan Gedeputeerde Staten opgedragen (art. 158 lid 1 sub a Provw). Ook zijn zij flexplek huren den haag belast met de voorbereiding en de uitvoering van besluiten van Provinciale Staten (art. 158 lid 1 sub b Provw). Gedeputeerden kunnen de uitoefening van één of meer van hun bevoegdheden opdragen aan één of meer van hun leden. Dit is een mandaatsconstructie en geen delegatie, omdat de verantwoordelijkheid blijft berusten bij Gedeputeerde Staten (art. 166 Provw). Gedeputeerde Staten zijn, samen en ieder afzonderlijk, verantwoording schuldig aan Provinciale Staten voor het door hen gevoerde bestuur.
Bevoegdheden van de Commissaris van de Koningin De belangrijkste bevoegdheden van de Commissaris van de Koningin betreffen: de vertegenwoordiging van de provincie in en buiten rechte (art. 176 Provw); het bevorderen van de samenwerking tussen de in de provincie werkzame rijksambtenaren onderling en de samenwerking met het provinciaal bestuur, de flexplek huren haarlem gemeentebesturen en de waterschapsbesturen; het regelmatig bezoeken van de gemeenten in de provincie; de coördinatie van de voorbereiding van de civiele verdediging door de in de provincie werkzame rijksambtenaren, het provinciaal bestuur, de gemeentebesturen en de waterschapsbesturen; medebewindstaken op grond van diverse wetten.
Belastingen Op grond van de Provinciewet kan de provincie de volgende belastingen heffen: opcenten op de hoofdsom van de motorrijtuigenbelasting (art. 222 Provw); rechten voor: – het gebruik van provinciale bezittingen en werken (art. 223 Provw); – het genot van door of vanwege het provinciebestuur verstrekte diensten (art. 223 Provw); – het hebben van voorwerpen op of boven grond flexplek huren tilburg of water voor openbare dienst van de provincie bestemd (art. 222c Provw).
2.5.2 Gemeenten Een opmerking vooraf: bij een vergelijking tussen de Provinciewet en de Gemeentewet valt op dat deze zowel qua inhoud als structuur sterk op elkaar lijken. Dit is niet toevallig: de wetten zijn in eenzelfde periode tot stand gebracht en de wetgever heeft met opzet de structuur van beide wetten op elkaar laten aansluiten.

Benoeming en taken

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Benoeming en taken van ministers Ministers worden bij Koninklijk Besluit benoemd en ontslagen volgens art. 43 Gw. Benoeming van een minister of van een volledig kabinet geschiedt niet voetstoots. Er gaat soms een lange voorbereidingsperiode aan vooraf. Het is een ongeschreven regel van staatsrecht dat een kabinet een afspiegeling dient te zijn van de flexplek huren eindhoven machtsverhoudingen in de Staten-Generaal en met name in de Tweede Kamer. Dit leidt ertoe dat de Koning, in dit geval als persoon, overleg voert met onder andere vertegenwoordigers uit de Tweede Kamer. Dit overleg leidt meestal tot de benoeming van een informateur, die opdracht krijgt om te onderzoeken welk soort kabinet gevormd zou kunnen worden. Is dit eenmaal duidelijk, dan volgt benoeming van een fo rmateur, die het kabinet daadwerkelijk samenstelt. De leden van het kabinet (de ministers) worden vervolgens door de Koning benoemd. De ministers geven elk leiding aan een ministerie, ook wel departement genoemd, dat flexplek huren den haag verantwoordelijk is voor een bepaalde overheidstaak. Een minister is ook lid van de ministerraad. Er kan ook een minister worden benoemd die niet de leiding over een ministerie heeft, de zogenoemde minister zonder portefeuille. Deze krijgt, volgens afspraak, een speciale taak toegewezen, waarbij hij gebruikmaakt van de ambtelijke diensten van een onder leiding van een andere minister staand ministerie. Hij maakt deel uit van de ministerraad en heeft daarin een normale stem. De ministers worden, zoals gezegd, alleen benoemd als zij in voldoende mate het vertrouwen van het parlement hebben. Ministerraad Naast het leidinggeven aan een ministerie en als zodanig belast met de voorbereiding van wetgeving en met de uitvoering van één of meer onderdelen van de overheidstaak, is de minister ook lid van de ministerraad, de vergadering van het flexplek huren haarlem kabinet. Art. 45 Gw bepaalt dat de ministers tezamen de ministerraad vormen. Indien één of meer ministers niet aanwezig kunnen zijn tijdens de vergadering van de ministerraad, worden zij vervangen door één of meer andere ministers. De ministerraad heeft zich ontwikkeld tot het belangrijkste uitvoerende overheidsorgaan. In art. 45 lid 3 Gw is deze belangrijke taak vastgelegd: ‘De ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en bevordert de eenheid van dat beleid.’ Er is een Reglement van Orde voor de ministerraad flexplek huren tilburg vastgesteld, waarin de taken van de ministerraad nader zijn omschreven. Alle wetsontwerpen en belangrijke besluiten op het gebied van de uitvoering worden in de ministerraad besproken, ook al behoren zij tot het werkterrein van één ministerie.